In Nederland kies je grofweg uit drie hypotheekvormen. Voor nieuwe hypotheken geven sinds 2013 alleen de annuïteiten- en de lineaire hypotheek recht op hypotheekrenteaftrek. De aflossingsvrije hypotheek bestaat nog, maar zonder aftrek voor nieuwe gevallen.
1. Annuïteitenhypotheek
Bij ongewijzigde rente betaal je elke maand hetzelfde bruto bedrag (rente + aflossing). In het begin bestaat de maandlast vooral uit rente, later vooral uit aflossing. Voordeel: een lage, voorspelbare maandlast aan het begin. Nadeel: je lost in het begin weinig af en betaalt over de hele looptijd meer rente dan bij lineair. Je netto last kan veranderen doordat de renteaftrek afneemt.
2. Lineaire hypotheek
Je lost elke maand een vast bedrag af. Daardoor daalt je schuld sneller en je maandlast gaandeweg. Voordeel: de schuld daalt in het begin sneller en je betaalt bij dezelfde rente en looptijd minder totale rente. Beide vormen zijn bij dezelfde looptijd op hetzelfde moment afgelost. Nadeel: de maandlast is in het begin hoger, wat zwaarder op je maandbudget kan drukken.
3. Aflossingsvrije hypotheek
Je betaalt alleen rente en lost niet af; de schuld blijft staan. De maandlast is laag, maar je lost niets af en — voor hypotheken afgesloten na 2013 — krijg je geen renteaftrek. Banken staan een aflossingsvrij deel toe tot maximaal 50% van de woningwaarde. Vaak gebruikt door doorstromers met overwaarde.
Vergelijking in één oogopslag
| Kenmerk | Annuïteit | Lineair | Aflossingsvrij |
|---|---|---|---|
| Maandlast begin | Gelijk, lager | Hoger | Laagst |
| Maandlast verloop | Gelijkblijvend | Daalt | Gelijk |
| Totale rente | Hoger | Lager | Hoogst |
| Renteaftrek (nieuw) | Ja | Ja | Nee |
| Schuld na 30 jaar | € 0 | € 0 | Volledig |
Bereken het verschil in maandlast met de maandlastencalculator.
Bronnen, geraadpleegd 11 september 2026: Rijksoverheid: hypotheekrenteaftrek. Financiële voorbeelden zijn indicatief, geen aanbod.