Hypotheekadviseur vinden

Woordenboek

Hypotheekbegrippen van A tot Z

De belangrijkste hypotheek- en woningtermen kort en helder uitgelegd, met links naar uitgebreide uitleg.

27 begrippen·Bijgewerkt: juni 2026
Aflossingsvrije hypotheek
Hypotheekvorm waarbij je alleen rente betaalt en niet aflost. Voor nieuwe gevallen sinds 2013 zonder renteaftrek. Meer →
AFM
Autoriteit Financiële Markten — de toezichthouder die hypotheekadviseurs een vergunning verleent en controleert.
Annuïteitenhypotheek
Hypotheek met een gelijkblijvende maandlast: eerst veel rente, later veel aflossing. Recht op renteaftrek. Meer →
Bijleenregeling
Fiscale regeling die je renteaftrek beperkt als je overwaarde niet opnieuw in de eigen woning investeert. Meer →
BKR
Bureau Krediet Registratie — registreert leningen en schulden. Een negatieve BKR-codering beïnvloedt je hypotheekaanvraag.
Boeterente
Vergoeding aan de geldverstrekker voor vervroegd aflossen tijdens de rentevaste periode. Bij oversluiten eenmalig aftrekbaar. Meer →
Eigenwoningforfait
Bijtelling bij je inkomen van een percentage van de WOZ-waarde, die je netto renteaftrek verlaagt. Meer →
Erfpacht
Recht om grond van een ander (vaak de gemeente) te gebruiken tegen een periodieke vergoeding (canon). Beïnvloedt de financiering.
Hypotheekrenteaftrek
Aftrek van de hypotheekrente van je inkomen in box 1, in 2026 tegen maximaal 37,56%. Meer →
Kifid
Klachteninstituut Financiële Dienstverlening — het onafhankelijke loket voor klachten over financieel advies.
Kosten koper (k.k.)
De bijkomende kosten bovenop de koopprijs (belasting, notaris, taxatie, advies): doorgaans 4 à 6%. Meer →
Leennormen
De jaarlijkse normen (Nibud) die bepalen hoeveel je maximaal mag lenen op basis van inkomen en rente. Meer →
Lineaire hypotheek
Hypotheek waarbij je elke maand evenveel aflost; de maandlast daalt en je betaalt minder rente. Meer →
NHG
Nationale Hypotheek Garantie — vangnet bij betaalproblemen plus rentekorting, mogelijk tot € 470.000 (2026). Meer →
Ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid
Bij scheiding: de vertrekkende partner wordt door de bank ontslagen van aansprakelijkheid voor de hypotheek. Meer →
Overbruggingshypotheek
Tijdelijke lening op je verwachte overwaarde, zodat je kunt kopen voordat je oude woning is verkocht. Meer →
Overdrachtsbelasting
Belasting bij aankoop van een bestaande woning: 2% (eigen woning), 8% (belegger) of 0% (startersvrijstelling). Meer →
Oversluiten
Je hypotheek vervangen door een nieuwe, meestal voor een lagere rente. Meer →
Overwaarde
Het verschil tussen de waarde van je woning en je resterende hypotheekschuld. Meer →
Provisieverbod
Sinds 2013: de geldverstrekker mag de adviseur geen provisie betalen; jij betaalt het advies direct. Meer →
Rentevaste periode
Het aantal jaren dat je rente vaststaat. Langer vast = meer zekerheid, meestal een hoger tarief. Meer →
Restschuld
Het deel van de hypotheek dat overblijft als je woning met verlies wordt verkocht.
Startersvrijstelling
Vrijstelling van overdrachtsbelasting (0%) voor kopers van 18-34 jaar tot een woningwaarde van € 555.000 (2026). Meer →
Taxatie
Onafhankelijke waardebepaling van de woning, nodig voor de hypotheekaanvraag.
Toetsinkomen
Het inkomen waarmee de geldverstrekker je maximale hypotheek berekent. Voor zzp'ers vaak het gemiddelde van enkele jaren winst. Meer →
Vergelijkingskaart
Verplicht document (sinds 2023, voorheen het DVD) met de dienstverlening, onafhankelijkheid en kosten van de adviseur. Meer →
WOZ-waarde
De door de gemeente vastgestelde waarde van je woning, basis voor het eigenwoningforfait en lokale belastingen.